Een nieuwe genetische test kan sommige vrouwen met borstkanker helpen om chemotherapie veilig over te slaan. De test kijkt naar de activiteit van genen in de tumor en voorspelt hoe groot de kans op terugkeer van de ziekte is. Volgens oncoloog Sevilay Altintas van het Universitair Ziekenhuis Antwerpen (UZA) is dit een belangrijke stap naar een behandeling die beter past bij de patiënt én de tumor.
Minder chemo, zelfde kans
Jaarlijks krijgen in België zo’n 10.000 tot 12.000 vrouwen borstkanker. Bij veel patiënten is chemotherapie onderdeel van de behandeling, soms ook uit voorzorg. Artsen willen voorkomen dat de ziekte terugkomt of zich verder verspreidt. Maar chemo is zwaar. Het kan levens redden, maar geeft vaak ook flinke bijwerkingen. Daarom zoeken artsen steeds beter uit wie chemo echt nodig heeft en wie mogelijk voldoende heeft aan een andere behandeling.
De tumor krijgt een profiel
Bij hormoongevoelige borstkanker kunnen genexpressietests helpen. Zo’n test onderzoekt welke genen in de tumor actief zijn. Daarmee ontstaat als het ware een profiel van de tumor. Dat profiel zegt iets over hoe agressief de kanker is. Ook helpt het om het risico op herval beter in te schatten. Op basis daarvan kan de arts bepalen of chemotherapie nodig is, of dat hormoontherapie voldoende kan zijn.
Okselklieren zeggen niet alles
Bij borstkanker kijken artsen ook naar de lymfeklieren in de oksel. Als de kanker zich verspreidt, gebeurt dat vaak als eerste daar. Aangetaste okselklieren kunnen dus een waarschuwing zijn. Toch vertellen ze niet het hele verhaal. Een tumor kan al langere tijd rustig aanwezig zijn, maar ook juist snel en agressief groeien. Daarom kiezen artsen bij jonge vrouwen of bij meerdere aangetaste okselklieren vaak voor chemo, ook als niet helemaal zeker is of dat nodig is.
Studie geeft nieuwe duidelijkheid
Een recente internationale studie naar de Prosigna-test geeft nieuwe duidelijkheid. In die studie werden ruim 4.400 patiënten met hormoongevoelige, HER2-negatieve borstkanker gevolgd. Een deel kreeg standaard chemotherapie en hormoontherapie. Bij een ander deel werd eerst de genetische test gebruikt om te bepalen of chemo nodig was.
Na vijf jaar was het verschil klein. In de groep die op basis van de test soms geen chemo kreeg, was ongeveer 94 procent nog vrij van kanker. In de groep met standaardbehandeling was dat ongeveer 95 procent. Dat wijst erop dat sommige patiënten chemo veilig kunnen overslaan.
Niet voor iedereen
De test is niet bedoeld voor alle vormen van borstkanker. Hij is vooral relevant bij hormoongevoelige tumoren. Dat is wel de grootste groep: ongeveer 70 tot 75 procent van de vrouwen met borstkanker heeft deze vorm.
Voor andere vormen, zoals triple-negatieve borstkanker of bepaalde eiwitgevoelige tumoren, gelden andere behandelkeuzes. Daar blijft chemotherapie vaak wél belangrijk. De arts kijkt dus altijd naar het totale plaatje: de tumor, de leeftijd, de lymfeklieren, de gezondheid van de patiënt en de uitslag van de test.
Stap naar zorg op maat
Volgens Altintas laat deze ontwikkeling zien hoe borstkankerzorg steeds persoonlijker wordt. Niet iedere patiënt heeft dezelfde behandeling nodig, ook al lijkt de ziekte op het eerste gezicht vergelijkbaar. Als artsen beter kunnen voorspellen wie baat heeft bij chemo, kunnen ze overbehandeling voorkomen. Dat betekent minder onnodige bijwerkingen, zonder de kans op genezing te verkleinen. Voor patiënten kan dat een groot verschil maken in hun herstel en kwaliteit van leven.
De test is volgens Altintas nog niet beschikbaar in België voor deze toepassing. Daarvoor zijn nog goedkeuringen en afspraken over terugbetaling nodig. Toch verwacht ze dat dit soort testen steeds belangrijker wordt in de behandeling van borstkanker.
Bronnen: Universitair Ziekenhuis Antwerpen, University College London, ASCO






Plaats een Reactie
Meepraten?Draag gerust bij!