diagnostiek, digital therapeutics, Nieuws

Online gezondheidsinformatie verandert de Nederlandse spreekkamer

Sam van Smarthealth4 augustus 2026

Voor informatie over klachten, medicijnen en een gezonde leefstijl gaan veel Nederlanders eerst online op zoek. Zoekmachines, gezondheidswebsites, sociale media en steeds vaker AI-chatbots geven binnen enkele seconden antwoord. Dat maakt medische kennis toegankelijker, maar vergroot ook het risico dat onjuiste of misleidende informatie wordt gebruikt bij gezondheidskeuzes.

In 2024 zocht 78,4 procent van de Nederlanders van twaalf jaar en ouder online naar gezondheidsinformatie. Het kan daarbij gaan om informatie over ziekten, voeding, beweging, behandelingen of medicijnen. Het CBS maakt in deze cijfers geen onderscheid tussen betrouwbare gezondheidswebsites, zoekmachines en sociale media.

Van zoekopdracht naar spreekkamer

Online gezondheidsinformatie kan patiënten helpen om klachten beter te begrijpen en zich voor te bereiden op een gesprek met een zorgverlener. Mensen kunnen gerichter vragen stellen en actiever meedenken over een behandeling. Tegelijkertijd is het online niet altijd duidelijk wie de afzender is, waarop een gezondheidsclaim is gebaseerd en of commerciële belangen een rol spelen.

Vooral op sociale media lopen persoonlijke ervaringen, medische informatie, reclame en meningen gemakkelijk door elkaar. Een bericht van een arts kan tussen video’s van influencers verschijnen die voedingssupplementen, alternatieve behandelingen of zelftests aanbevelen. Voor gebruikers is het daardoor niet altijd eenvoudig om het verschil te zien tussen deskundig advies en overtuigend gepresenteerde misinformatie.

De gevolgen daarvan worden inmiddels in de spreekkamer gevoeld. Uit een enquête van artsenfederatie KNMG en NOS onder 681 artsen bleek dat 85 procent weleens patiënten ontmoet die medische desinformatie aandragen. Van deze artsen kreeg 54 procent hier wekelijks mee te maken en 14 procent dagelijks. Vaccinaties, medicijnen, vitamines en supplementen behoorden tot de onderwerpen waarover vaak onjuiste informatie circuleert.

Extra uitleg kost tijd

Online informatie kan onzekerheid verminderen, maar mensen ook onnodig ongerust maken. Volgens de ondervraagde artsen komen patiënten soms eerder naar de dokter vanwege informatie die zij online hebben gezien. Ook kan extra tijd nodig zijn om misverstanden recht te zetten, wantrouwen weg te nemen en overeenstemming te bereiken over een behandeling.

Van de artsen in het KNMG-onderzoek gaf 44 procent aan dat medische desinformatie de werkdruk verhoogt. Tegelijkertijd zei slechts 16 procent zelf actief online of via sociale media desinformatie te bestrijden. Artsen noemen onder meer tijdgebrek, mogelijke polarisatie en de kans op bedreiging als redenen om zich niet in het online debat te mengen. Hierdoor ontstaat een lastig spanningsveld. Zorgprofessionals beschikken over medische kennis, maar hebben niet altijd de tijd of middelen om aanwezig te zijn op de digitale plekken waar patiënten hun informatie vinden.

Betrouwbaarheid beoordelen blijft moeilijk

De beschikbaarheid van informatie betekent bovendien niet automatisch dat iedereen die informatie goed kan gebruiken. Onderzoek van het RIVM en Nivel uit 2026 laat zien dat de helft van de Nederlandse bevolking moeite heeft met het vinden, begrijpen, beoordelen of toepassen van gezondheidsinformatie. Vooral het beoordelen van de betrouwbaarheid blijkt lastig. Informatie over gezond leven, vaccinaties en bevolkingsonderzoeken levert relatief veel problemen op. Volgens de onderzoekers sluit de gezondheidszorg daardoor voor een grote groep onvoldoende aan bij de vaardigheden die mensen hebben.

Ook zijn de digitale verschillen niet verdwenen. Ouderen en mensen die alleen basisonderwijs of vmbo hebben gevolgd, zoeken minder vaak via websites en apps naar gezondheidsinformatie en gebruiken bepaalde vormen van digitale zorg minder. Alleen meer informatie aanbieden is daarom niet voldoende. Die informatie moet ook begrijpelijk, toegankelijk en bruikbaar zijn.

Sociale media bieden ook kansen

Sociale media zijn niet alleen een bron van risico’s. Ze kunnen zorgorganisaties ook laten zien welke vragen, zorgen en misverstanden onder patiënten leven. Door betrouwbare informatie aan te bieden in korte video’s, afbeeldingen en begrijpelijke teksten kunnen zorgprofessionals mensen bereiken die traditionele patiëntenfolders of websites minder snel raadplegen.

Initiatieven zijn er al. De KNMG en platform isdatechtzo.nl startten in 2025 een campagne tegen medische desinformatie. Via online artikelen, berichten op sociale media en video’s in wachtkamers krijgen mensen hulpmiddelen om gezondheidsclaims beter te beoordelen. Ook platforms zoals Thuisarts bieden informatie die door Nederlandse artsen en andere zorgprofessionals wordt samengesteld.

Nieuwe digitale taak voor de zorg

Online gezondheidsinformatie zal niet meer uit de spreekkamer verdwijnen. De uitdaging voor de zorg is daarom niet om patiënten te ontmoedigen zelf informatie te zoeken, maar om hen te helpen die informatie op waarde te schatten. Dat vraagt om meer dan het corrigeren van een onjuist bericht tijdens een consult. Zorgorganisaties moeten weten welke vragen online leven, betrouwbare informatie vindbaar en deelbaar maken en professionals ondersteunen bij gesprekken over misinformatie. Ook kan het helpen wanneer zorgverleners patiënten standaard vragen welke informatie zij online hebben gevonden en hoe deze hun keuzes beïnvloedt.

De patiënt van vandaag komt niet alleen met klachten naar de spreekkamer, maar ook met zoekresultaten, video’s en adviezen van anderen. Goede digitale zorg betekent daarom steeds vaker: niet alleen medische informatie geven, maar patiënten ook helpen bepalen welke informatie zij kunnen vertrouwen.

Bron: CBS, KNMG, NOS, RIVM, Nivel

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

© SmartHealth 2026, All rights reserved.